​Hoewel sinds de afschaffing van de Apartheid hard gewerkt is aan het verbeteren van het leefklimaat, leven veel Zuid-Afrikanen in slechte omstandigheden. Ook het op orde krijgen van het onderwijs is een ingewikkeld proces. Hoewel het herstel van de verwaarloosde scholen op gang is gekomen, zijn de verschillen tussen voorzieningen op de zwarte scholen en de blanke scholen enorm. In de rurale gebieden van Zuid-Afrika ondervinden leerlingen uit arme gezinnen enorme obstakels op hun weg bij het volgen van onderwijs. Door armoede, tienerzwangerschappen en onstabiele thuissituaties verlaten veel arme leerlingen vroegtijdig de school. Ouders hebben vaak niet de middelen om alle kinderen uit het gezin naar school te laten gaan. De kinderen die wel naar school kunnen, moeten naast hun schoolwerk vele huishoudelijke taken verrichten of meehelpen in het levensonderhoud van het gezin. Daarnaast is de kwaliteit van het onderwijs niet voldoende voor een vervolgstudie. De leerlingen die doorstromen naar de universiteit zijn zo slecht voorbereid dat veel studenten vroegtijdig moeten afhaken. Na veel problemen te hebben overwonnen moeten ze alsnog afzien van hoop op een betere toekomst. Op Zibonele Junior Secondary School, een school met ruim 750 leerlingen in Kwazulu-Natal, zetten de docenten zich in om hun leerlingen goed onderwijs te bieden.

Igugu Labanthu (“wonderfull people” in IsiZulu) is een klein naaiatelier in de arme Nsimbini community, vlakbij Durban. Projectleider Gcina Mtshali startte dit project in 2010 om een betere leefomgeving voor de mensen in zijn community te creëren. Gcina heeft zelf een moeilijke jeugd gehad, zijn beide ouders overleden toen hij nog erg jong was, en hij moest op jonge leeftijd al een baantje zoeken om zijn jongere broertjes en zusjes te kunnen onderhouden. Tijdens zijn werk als schoonmaker in een lokale naaifabriek ontstond zijn liefde voor ontwerpen en naaien, en door goed te kijken naar wat de medewerkers van de fabriek deden, heeft hij zichzelf het vak geleerd. Nu stuurt Gcina een team van 12 lokale, vrouwen aan die vanuit een piepkleine ruimte o.a. handgemaakte schooluniformen, kussenhoezen, tassen en “beadwork” maken. Door het leren van een vak kunnen deze vrouwen nu een inkomen verdienen om zichzelf en hun familieleden te onderhouden. Daarnaast heeft Gcina ook allerlei toekomstplannen om jongere vrouwen enthousiast te maken omhet vak te leren, en zo een onafhankelijk en zelfstandig leven op te kunnen bouwen. Zo wordt er gestart met een nieuwe opleidingsronde, dit keer specifiek gericht op jonge meisjes en vrouwen. Dit keer worden de lessen niet door Gcina gegeven, maar door twee vrouwen die door Gcina zijn opgeleid. Zij mogen nu dus op hun beurt hun kennis doorgeven aan de jongere generatie, en hen zo hopelijk ook weer motiveren om hun kennis door te geven.

Op ruim één uur rijden van de stad Durban, staat tussen de suikerrietvelden een bijzondere boerderij, the Farm. In de suikerrietvelden rondom dit project werken mensen vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Er heerst hierdoor veel ziekte en armoede, en naar de kinderen wordt nauwelijks omgekeken. De kinderen (0-22 jaar) die op The Farm wonen zijn vaak wees of verlaten door hun ouders. In dit opvanghuis wonen inmiddels maar liefst 72 kinderen op twee huismoeders. En nog steeds komen er kleintjes bij! Toch wordt er met man en macht geprobeerd om deze kinderen een liefdevol gezinsleven te bieden, waarvan onderdak, voeding en educatie de basis vormen. Jouw hulp kunnen ze dus echt heel goed gebruiken!